Op een dinsdagmorgen
Is ze daar ineens: een onaangenaam zeurende gedachte
Als een knagende rat
Dringt ze zich op
Zet een onverslaanbare drang iets te dóen in gang. Er van weg te bewegen…
Ken je dat liefste?
Het gevoel dat er door een onzichtbare kracht aan je getrokken wordt
Door je heen gesproken wordt:
‘Doe iets, nú!
Ren, nu het nog kan! Weg van hier!
Vecht!, met alles wat je in je hebt! Trek je armuur aan!
Wat een Liefde!
Wat een daad van grote Liefde!
Deze kracht die jou (welke jou?) wil beschermen
Wil beschermen tegen de pijn
De pijn die je maar al te goed kent lieve schat
De pijn van niet-gezien worden. Je niet geliefd te voelen. Het gebroken hart. De afwijzing De angst om he-le-maal alleen te zijn (en vooral: voor altijd alleen te blijven!).
Misschien kun je haar zachtjes bedanken
Voor al haar goede zorgen. Ze bedoelt het zo goed. De partner-in-crime. De bondgenoot? Wie weet. Op een dag…
Want weet, schitterend wezen, dat je veilig bent
Dat je altijd veilig was
Dat jij, wie jij echt bent, nooit verwoest kan worden
Ook niet door deze pijn (ookal geloof je daar nu helemaal niets van)
Je bent zo ongelooflijk geliefd!
Je bent briljant, een kunstwerk welteverstaan!
Alles aan jou
Is precies
Zoals het hoort te zijn
Totale imperfecte perfectie
